holland! holland! je zachte waterwegen die onze ouders met hand en paard op het groen hebben doen neerdalen. de wind die voor altijd over je voortgestuwd wordt. ja, het wolkenschouwspel maar je ongure hersft! stormachtig breekt het weer zich op je stugge wil, stijve rug. je buigt voor niemand, niet eens voor jezelf.
 
mijn land mijn land
ook jij bent mijn moeder,
aan jou borst ben ik gezoogd, en ik heb je verlaten.
 
ik ben je vergroeid.
ik pas niet meer in hoe jij wil dat de wereld werkt, het leven heeft me in andere kronkels doen vormen.je bent een keurslijf die mij breken zal, en dat behoort niet aan jou. anderen zullen komen, zijn al gekomen, om mij te breken, maar jij moet elders breken. niet hier.
 
ik vlucht niet.
ik laat een gezelschap achterlaat. dierbaren, die ik hoger acht dan mezelf. mensen, wezens met echte menselijkheid, ongespeeld. meer dan de helft van mijn hart behoort hun toe, meer dan ik hun geven kan behoort hun toe. zij vormen deel van wie ik ben en ik laat het achter, ik laat het bij ze en ontneem het zijn ziel, mijn ziel. misschien maak ik dingen kapot en mischien, hoop van mijn hoop, misschien laat ik andere kansen van groei toe, maar ik vlucht niet. ik ben aan jou verbonden, wij hebben een verbond.
ik voel het wanneer ik door jou velden fiets en ruik hoe de zomer zich deelt met zijn andere geliefden. ik voel het wanneer ik over je stranden loop en de kust zijn lucht met mij laat vechten, vecht, het gevecht van de hemel, gevochten op aarde.
ik voel het elke keer dat ik terug mag komen. er leeft en onverzettelijkheid in jou en ik deel hem. dit is waarom ik niet kan blijven. ons verbond doet botsen.
 
ik heb je verlaten. anderen hebben me omarmd, ik hoef geen wees te zijn, maar het waren vreemdelingen die me omarmden, en verdomd ik mis je, vaker en dieper dan ik kan. dit land geeft me zijn eigen problemen, het stuwt en spuwt, duwt me onder en trekt me mee. ik geef het alles wat ik ben, wat meer is dan ik denk dat ik zijn kan. er zijn geen reserves, geen delen van mij hart die ik over heb. ik moet altijd opnieuw geboren worden, en deze keer is de pijn van het baren is mijn eigen. dit is de prijs van verlaten.
 
mijn dromen zijn nog niet dood. ik ben altijd bang voor de toekomst, want ik weet dat het heden lang niet zo mooi is als de manier waarop wij de geschiedenis zijn verhalen laten vertellen, maar mijn dromen zijn nog niet dood. ik weet niet wat moet sterven en wat nog kan genezen, maar er zal een nieuwe dag komen.
er zal een nieuwe dag komen. kinderen zullen niet meer sterven als losgeld voor de plannen van de rijken. moeders zullen  hun baby’s niet meer begraven. mensen die ver weg zijn zullen  dat begrijpen het hun broers en zussen zijn wiens lijken rotten in de zon, mensen die dichtbij zijn zullen leren dat verantwoordelijkheid niet stopt wanneer je ogen dicht zijn. ik droom nog steeds, misschien geloof ik zelfs, maar het is anders. deze keer moet ik ervoor betalen.
 
wie kan alle dingen zien? wie vertelt mij wat er morgen gebeuren zal?
 
nederland. als ik mijn ogen dichtmaak dan zie ik je, daar, in de verte. ik vergeet je niet, ik ben je niet vergeten. wanneer ik huil vallen mijn tranen ook voor jou. soms zijn er meer dingen echt dan we bereid zijn toe te geven, en mijn tranen vallen ook voor jou.
onthoud me toch! onhoud me. onthoud me.